Eer is het persoonlijke of maatschappelijke aanzien dat men heeft. Eer is gekoppeld aan hetmorele bestaan van mensen, hun gevoel vaneigenwaarde en de erkenning daarvan door anderen.[1] Het heeft betrekking op desociale status, de goede naam, dereputatie, de uiterlijke verschijning en de fysieke prestatie van individuen[2] en/of van groepen. Terwijl eer dus afhankelijk is van derden en niet zelden collectief, is heteergevoel van het individu autonoom.
Destandenbetuigen eer aan dekeizer. De mannen (groot) staan, de vrouwen (klein) zitten.
Eer is van oudsher vooral aanmannelijkheid en fysiekemoed gekoppeld geweest. Het had betrekking op het verdedigen van de belangen van de man en zijn bezit, in eenmaatschappij waarin gevochten wordt om het bestaansrecht. Doden is daarbijeervol, voor vrouwen is in zo'n maatschappij geen eer weggelegd. Vrouwen worden als bezit beschouwd en kunnen hoogstens aanspraak maken opeerbaarheid.[1]Duelleren werd vroeger ook alleen maar gedaan door mannen, die in hun eer aangetast waren, bijvoorbeeld omdat er ietsoneerbaars over hun echtgenote was gezegd. Een enkele vrouw kon wel aanspraak maken op eer, maar alleen in een traditionele mannenrol, bijvoorbeeld als zelfstandig landsvrouwe met eigen bezit.
Eer wordt over het algemeen als eenadellijk concept gezien en geassocieerd met eenhiërarchische orde in de maatschappij. Het westerse begrip van eer is sterk beïnvloed door demiddeleeuwseriddercode en is geworteld in de sociale structuren van hetfeodalisme.[3]
Juist deze twee belangrijke zaken voor heteerbesef, feodalisme en adel, zagen er in Nederland altijd anders uit dan in de rest van Europa. Vooral in de kustprovincies is de feodalisering nooit sterk doorgevoerd. Er was daardoor ook geen sprake van een sterke krijgsadel. Titels enstambomen hebben daardoor nooit zo'n grote rol gespeeld in de strijd ommacht enstatus; geld en degelijkheid waren veel belangrijker.[4] Toch hielden ook deregenten het graag, mede via dure opvoeding en sociale netwerken, 'in de familie'.
De feodale standenmaatschappij is in dewesterse wereld veranderd in een meer gedifferentieerd maatschappijtype, waarin mensen meer afhankelijk van elkaar zijn geworden en er een grotere nadruk komt te liggen op zelfbeheersing.[5] Op zelfverheffing en superioriteitsgevoel komt daarmee eentaboe te rusten. De meerderheid van de bevolking hoort nu tot demiddenklasse of eenverburgerlijktearbeidersklasse, die vloeiend in elkaar en in hun bovenlagen overgaan.[4] Zij die vroeger alseerlozen, buitenstaanders enminderheden werden beschouwd, streefden vanaf de19e eeuw nadrukkelijk voor de erkenning van hunwaarden, hunrechten, huneer.[1] In deUniversele Verklaring van de Rechten van de Mens komt deze verandering van eerbesef naarmenselijke waardigheid (eng. dignity) goed tot uiting.
Dit proces heeft niet in alleculturen plaatsgevonden of niet op dezelfde manier. In deculturele antropologie maakt men daarom ook wel een onderscheid tussen ‘culturen van eer’, waarbij ‘erecodes’ richtinggevend zijn, en ‘culturen van recht’, waarin ‘wetten’ de sociale verhoudingen bepalen.[6] De westerse wereld wordt over het algemeen tot de laatste gerekend. Dat daar over het algemeen een taboe op zelfverheffing rust wil echter niet zeggen dat er geenbehoefte aan is. Onder de oppervlakte en in bepaalde groepen leeft het eerbesef gewoon door, al wordt het discreter geuit.
Eer is het best bewaard gebleven in maatschappelijke groepen met een hiërarchische structuur en/of kijk op de maatschappij, zoals de adel, hetleger, demaffia en traditionele beroepen inrechten enmedicijnen. In dergelijke groepen is eer een directe uitdrukking van status, een uiting vansolidariteit tussen sociaal gelijken en een grens met sociaal minderen.[3]
Onder sportlieden geldt nog eenerecode. In deolympische eed wordtvoor de eer van onzeteams uitdrukkelijk genoemd. Bijsport heeft eer nog steeds betrekking op het aanzien, de uiterlijke verschijning en de fysieke prestaties van individuen, en bovendien op de kracht en het aanzien van denationale staat waartoe ze behoren (eventueel door -vaak tijdelijke- migratie om beroepsredenen) en/of die ze vertegenwoordigden (soms gespleten tussen prof- en nationaal team). In bepaaldewedstrijden,diplomatieke onderhandelingen en inoorlogen gaat het vooral om denationale eer.[1]
Een 'verklaring op eer' is een semiofficieel document waarin een burger stelt aan een bepaalde wettelijke maatregel of voorwaarde te voldoen. Doorgaans wordt van de aangever verwacht dat hij/zij desgevraagd hiervoor het bewijs kan leveren. Dergelijke verklaring was bijvoorbeeld inBelgië vereist tijdens het reisverbod in decoronapandemie.[7] Ook aan personen die vrijwilligerswerk verrichten, wordt via een verklaring op eer gevraagd een maximumbedrag aan vergoedingen te respecteren.[8]
Inreligie is er een bijzondere vorm van eer, die wel dezelfde patronen volgt. Er is wederom sprake van een hiërarchie, met ditmaal als hoogste wezen(s)voorouders,goden ofGod. Zij zijn oppermachtig en beschikken over leven en dood. Aan hen iseerbied ofde hoogste eer verschuldigd:Ere zij God in den hoge.
In hoeverre aan de dienaren van de god(en) vervolgens ook eer verschuldigd is, is weer afhankelijk van de traditie en hiërarchie van de betreffende groep. Zo is bij eenrooms-katholiekpriester eerdereer verschuldigd, terwijl eenprotestantsedominee vooral aanspraak kan maken opwaardigheid en gezag. Immers,soli Deo gloria (alleen eer aan God). Beiderlei dienaren van God worden overigens in het Nederlands aangesproken metweleerwaarde.
De overgang vaneer naarmenselijke waardigheid is een typischwesterscivilisatieproces. Veel andereculturen hadden recent of hebben nog steeds een duidelijke hiërarchische opbouw, in de vorm vanfamilies,stammen,kasten of herkenbaresociale klassen. In het Westen kennen we hiervan vooral de uitingsvormen alseerwraak of de begroeting onderallochtonejongeren:Respect bro. Erachter ligt een sterk besef van eer met een sociale erecode.
Binnen elke culturele groep wordt eer anders beleefd en wordt er anders mee omgegaan, ook binnen de westerse wereld. Waar het verstoten van een kind om de eer te beschermen in Nederland alsbarbaars wordt beschouwd en individuelebelediging vaak licht wordt opgevat, wordt een drugsgebruikend sportman in Nederland ontslagen en is belediging van de koning(in) expliciet strafbaar.[9] Daarentegen kent men in België geen wet tegenmajesteitsschennis van het eigen staatshoofd (echter wel tegen belediging van een bevriend staatshoofd), en valt in de Verenigde Staten belediging van de president zelfs onder deburgerrechten.
vernoemingen van gebouwen, straten, steden, landen, planetoïden, etc.
De omgang met dit eerbetoon is aan verandering onderhevig. Enerzijds worden aan prijzen steeds vaker (hoge) geldbedragen gekoppeld om ze meer prestige te geven. Anderzijds neemt de jaarlijkselintjesregen nog steeds toe, met even zoveel plechtige uitreikingen. Een vroeg voorbeeld van het samengaan vaneerbetoon metgeldelijke beloning, vormen de uit het Franse woord voor eer afgeleide woorden, als honoreren (eren door te betalen) en honorarium (ereloon, geldelijke beloning voor geestesarbeid).[2] Waar vrouwen ondertussen in aanmerking komen voor alle vormen van eerbetoon, zijn het nog steeds mannen die er de meeste ontvangen. Zo werd 75% van de onderscheidingen tijdens de lintjesregen van 2010 aan mannen toegekend.[10]
Eer is in principe een individuele zaak. Eer is overdraagbaar op een groep op een glijdende schaal, van echte groepseer tot een verzameling van individuele eer.
Een hechte eenheid van mensen, kan als groep aanspraak maken op eer of eerbetoon ontvangen. In de westerse wereld gaat het dan vooral nog om een sportteam, een militaire eenheid of een nationale staat. Een volk of een religie wordt niet als een dergelijke hechte eenheid gezien. Ook maatschappelijke klassen en familie worden, buiten enkele zeer traditionele groepen, niet meer als een hechte eenheid ervaren. In andere culturen kan bijvoorbeeld een familie of een stam wel als een dergelijke hechte eenheid worden gezien. Een uitingsvorm van eer in een hechte eenheid, is het verstoten van een oneerbaar groepslid.
De eer van eeneervol individu straalt uit en is overdraagbaar op zijn directe omgeving. Die omgevingdeelt in de eer en iseerbiedwaardig. Doet een lid van de groep ietsoneerbaars, dan is de hoofddrager (slechts)aangetast in zijn eer. Vervalt de eer van de hoofddrager(s) echter, dan vervalt deze voor de hele groep. Een uitingsvorm hiervan is het streng beschermen van de eer van de hoofddrager (bijvoorbeeldeen staatshoofd of diens hele dynastie).
De individuele eer kan gedeeld worden binnen een niet-hechte groep waar eer een rol speelt. Daaraan ligt basalelogica ten grondslag in een dynamischsysteem. De twee meest voorkomende redeneringen zijn:
Alle (Grieken) hebben eer, ik ben een (Griek), dus ik heb eer. Een dergelijke redenering heet eensyllogisme en staat of valt met hetuitgangspuntAlle (Grieken) hebben eer. Waar de een dit alswaar zal beleven, zal de ander het alsniet-waar bestempelen.
Het omgekeerde hiervan isIk heb eer, dus alle groepsleden (Nederlanders, advocaten, moslims) hebben eer. Dit kan als eendrogreden vanoverhaaste generalisatie worden beschouwd. Immers wat voor een individu geldt, hoeft niet voor allen te gelden.
Waar bij een hechte groep of een eervol persoon de eer relatief duidelijk is, is de groepseer van losse groepen individuen zeer discutabel. Omdat verschillende redeneringen gevolgd kunnen worden en het sterk afhangt van de persoonlijke beleving.
Het verlies of schending van eer geeft aanleiding totschaamte, ongeacht of het door eigen schuld komt. Indien personen of groepen het idee hebben dat dit aangericht wordt door derden, kunnen zij vaneerroof spreken.
Eer- en bloedwraak in de vorm van dedoodstraf, wordt alleen toegepast voor zwaardere vergrijpen en misdaden dan belediging en schennis van de eerbaarheid, en is in veel landen voor alle vergrijpen afgeschaft of althans verboden.
Door middel vansociale controle wordt opde eer toegezien. Handhaving van de gedragscode wordt direct toegepast door de betrokkenen of in de vorm van een dorpsraad, raad van ouderen of geestelijken. Een voorbeeld hiervan zijnshariarechtbanken, die volgens westerse principes niet gezien worden als 'rechtsprekers'. Want vergrijp en straf zijn daarbij niet strikt in wetsartikelen vastgelegd, maar afhankelijk van wisselende interpretaties van defikh of plichtenleer. In culturen van eer kunnen compensatie en wraak op eerverlies en eerroof de volgende vormen aannemen:
compensatie: het teruggeven van eenbruidsschat, verminking;
uitstoting: verdrijven of vermijden van personen;
eer- en bloedwraak: doden van deeerschender door dein hun eer aangetasten of in het openbaar bijvoorbeeld in de vorm vansteniging.
Culturen van recht en van eer zijn nietnationaal ofreligieus gebonden, maar vormen daarbinnen een genuanceerde en gevarieerde mengeling. Beide culturen volgen vergelijkbare principes, maar kunnen botsen en fundamenteel tegengesteld zijn in de definitie vanslachtoffer endader. Het meest extreme voorbeeld van deze tegenstelling is het doden van een verkrachte vrouw om de eer te redden.[11] Waar de gebruiken van andere culturen als vreemd worden aangemerkt, worden dezelfde principes in de eigen cultuur als normaal ervaren. Een voorbeeld hiervan is onevenredige aandacht voor en veroordeling van deislamitischesharia in hetWesten, terwijl dezelfde media doodstraffen op basis van seculiere (vaak op christelijke waarden teruggaande) wetgeving minder viseren.