Eduard Meyer (Hamburg,25 januari1855 -Berlijn,31 augustus1930) was een beroemd Duits historicus, gespecialiseerd in de antieke geschiedenis.
Hij werd geboren inHamburg alwaar hij aan het beroemdeJohanneum zijn gymnasium opleiding volgde. Hier kreeg hij zeer gedegen onderwijs in het Latijn en Grieks. Een van zijn leraren aldaar was de Horatius-uitgever Adolph Kießling. Meyer begon tijdens zijn schooljaren ook al Hebreeuws en Arabisch te leren. Met een beurs, hem verstrekt vanwege zijn uitzonderlijke prestaties, werd het hem mogelijk gemaakt te studeren, eerst kort aan deuniversiteit van Bonn en later uitgebreider aan die vanLeipzig. Hij bekwaamde zich hier in vele talen (Sanskriet,Perzisch,Turks,Arabisch enSyrisch), en studeerde bovendien egyptologie, geschiedenis en filosofie, en interesseerde zich ook voor de geschiedenis van de godsdiensten. Na in 1884 te Leipzig benoemd te zijn, accepteerde hij een jaar later een aanbod om hoogleraar oude geschiedenis aan deuniversiteit van Breslau te worden. In1889 vertrok hij naarHalle en na1902 was hij hoogleraar inBerlijn. Hij zou in1909 ook inHarvard doceren.Eredoctoraten werden hem door deuniversiteit van Oxford,St Andrews,Freiburg enChicago toegekend. Zijn belangrijkste werk is zijnGeschichte des Altertums (1884-1902; 19133).