Donsvlinder | |||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
Soort | |||||||||||||||
Euproctis similis (Fuessly, 1775) | |||||||||||||||
![]() | |||||||||||||||
Afbeeldingen op![]() | |||||||||||||||
|
Dedonsvlinder(Euproctis similis) is eennachtvlinder uit de familie van despinneruilen (Erebidae), onderfamiliedonsvlinders (Lymantriinae).
De spanwijdte bedraagt tussen de 28 en 35 millimeter. De vlinder is sneeuwwit met aan het achterlijf een goudgele pluk haren. Vrouwtjes zijn iets groter dan de mannetjes. Daarnaast onderscheidt het mannetje zich van het vrouwtje door de bruinige vlek aan de vleugel.
Deze vlindersoort komt voor inEuropa enAzië. In boomrijke gebieden is de vlinder algemeen. Tijdens de vliegtijd, die loopt van juli tot augustus, neemt de vlinder geen voedsel meer tot zich.
Dewaardplanten van de rupsen zijn onder andere demeidoorn en desleedoorn. De lange haren van de rupsen irriteren sterk en kunnen dus beter niet worden aangeraakt.