Donald II,Gaelisch:Dòmhnall mac Chòiseim (?,? –Forres ofDunnottar,900) was koning van dePicten en koning vanAlba. Hij volgdeEochaid enGiric op en regeerde gedurende elf jaren. InBerchan's Prophecy wordt hijthe rough one (de ruwe) genoemd, met weinig interesse voor heilige relieken en psalmen.
Tijdens zijn regering had hij veel te maken met invallen van deGaelen en deVikingen. Tijdens de regering van zijn vaderConstantijn I had de VikingHarald Noorwegen veroverd en tot één koninkrijk gemaakt. Een aantaljarls, die zich niet wilden onderwerpen, vluchtten naarOrkney,Shetland en deHebriden, van waaruit zij strooptochten ondernamen, onder andere naar de kusten vanNoorwegen. Ten tijde van de regering van Donald II ondernam koning Harald een expeditie om deze jarls aan te pakken. Harald schoonde Shetland en daarna Orkney. Vervolgens plunderde hij op de Hebriden en op het vasteland van Schotland. Shetland en Orkney voegde hij toe aan zijn koninkrijk.
De tweede earl van Orkney,Sigurd Eynsteinson (broer vanRognvald Eynsteinson, de eerste earl), sloot een verbond metThorstein de Rode, zoon vanOlaf de Witte, koning vanDublin. Tezamen namen zijCaithness,Sutherland en delen vanRoss enMoray in. Sigurd stierf ten gevolge van verwondingen opgelopen in de gevechten; Thorstein de Rode riep zichzelf uit tot koning van Noord-Schotland. Hij regeerde ongeveer een jaar totdat hij viel in een gevecht in Caithness. Zijn nakomelingen vestigden zich inIJsland, net als verscheidene andere Vikingen en Kelten, die gevlucht waren voor koning Harald.
Donald II hield tijdens deze periode wel de laaglanden in zijn greep. Hij werd als eersteri alban genoemd, koning vanAlba.Strathclyde werd in deze tijd geregeerd door ene koning Donald, vermoedelijk een nabije bloedverwant. Uiteindelijk sneuvelde Donald II in een gevecht in Noord-Schotland bijDunnottar ofForres in het jaar 900. Donald II werd begraven opIona.