Debat tussen katholieken en oriëntaalse christenen in de dertiende eeuw (Acre, 1290). Onbekende schilderHet BritseHouse of Commons, tekening uit 1834Debate Tonight: Whether a man's wig should be dressed with honey or mustard! Een karikatuur uit 1795 die de inhoud van debatten parodieert (Isaac Cruikshank)
Eendebat is een openbarediscussievorm tussen opponenten, waarbij eenstelling verdedigd respectievelijk bestreden wordt, en waarin deretorica, de kunst van het bespelen van het publiek, een grote rol speelt.
Kenmerkende elementen van het debat zijn: de stelling, het bestaan van een voor- en tegenstander van die stelling, een vooraf vastgesteld spreekregime waarin zaken als spreekvolgorde, spreektijden en dergelijke worden vastgelegd, en een derde partij die als onafhankelijke beslist wie het betreffende debat gewonnen heeft. Die derde partij kan een professionele jury zijn of een publieksjury.
Er zijn verschillende soorten van debat. Een redelijk bekende vorm is hetlagerhuis-debat, vernoemd naar het BritseHouse of Commons. Een debatprogramma van deVARA met dezelfde naam (Het Lagerhuis) en vorm is een tijdlang op de Nederlandse televisie te zien geweest.
Een andere vorm is hettriasdebat met drie partijen, een partij van voorstanders, een partij van tegenstanders en een partij met eenjurerende functie.
Politieke debatten zijn gerelateerd aan deze formele debatvormen. Zo kent hetEuropees Jeugd- of Jongerenparlement geen vaste rolverdeling, maar wordt wel gebruikgemaakt van vaste debattrucs.
Met name in de Angelsaksische wereld is het debat erg in zwang. In deVerenigde Staten wordt daar in hetonderwijs aandacht aan besteed. Ook zijn er grote toernooien en kampioenschappen.
Ook inNederland wordt debatteren als sport beoefend. De meest gebruikte vormen zijn Amerikaans Parlementair en Brits Parlementair. In beide vormen zitten teams van twee personen. In Amerikaans Parlementair zitten er echter twee teams in een debat, in Brits Parlementair zitten er vier teams in een debat. Het Nederlands kampioenschap wordt in de vorm Amerikaans Parlementair gehouden. Daarnaast is er ook nog een Nederlands kampioenschap waar sprekers een-tegen-een tegen elkaar uitkomen.
Er zijn doorgaans twee doelen voor deelname aan een debat. Het eerste doel beschouwt het debat als een onderzoek, waarbij de deelnemer wil achterhalen wat de juiste positie is (dialectiek). Het tweede doel ziet het debat als een strijd, waarbij de deelnemer ongeacht de validiteit van de argumenten het debat wil winnen (eristiek).
Bij het debat als onderzoek worden standpunten bewust tegenover elkaar gesteld om zo inzicht te krijgen in de sterke en zwakke argumenten. Het debat is dan een tweezijdige beargumentering van een kwestie. Van het debat wordt verwacht dat erhoor en wederhoor is, dat persoon en zaak gescheiden blijven en dat men zo open eneerlijk mogelijk argumenteert.
Bij het debat als strijd krijgt het competitieve element de nadruk. Om het debat te winnen kan men bijvoorbeeld de tegenstander minder zendtijd geven, niet ingaan op zijn argumenten en hem belachelijk maken. Omdat winst de inzet is, zal men niet snel toegeven dat de ander gelijk heeft.[1]
India kent een lange debattraditie waarin de diversefilosofische scholen hun standpunten verdedigden. Een debat (vāda) kan worden gevoerd in de vorm van eenadhikarana die is opgebouwd uit:
siddhanta, uiteindelijke conclusie waarmee de aanvankelijke twijfel is opgelost
Het standpunt van de opponent moet zo getrouw mogelijk worden weergegeven, waarna het in ieder geval ten dele ontkracht wordt door het eigen standpunt (uttarapaksa) naar voren te brengen. Op deze manier dient eencommentaar vooral als inleiding om het eigen standpunt naar voren te brengen en te onderbouwen. Door het standpunt van de tegenstander zo getrouw mogelijk te verwoorden, wordt zeker gemaakt dat hetperspectief van de opponent begrepen is alvorens het weerlegd wordt.
Regelmatig was het de koning was die oordeelde wie het debat had gewonnen en waar onderlinge strijd nog wel eens stagnerend kan werken, stimuleerde deze opzet de deelnemers om hun eigen standpunt te verfijnen en verder te ontwikkelen, zodat kritiek beter gepareerd kon worden. Zo werd innovatie en creativiteit gestimuleerd. Waarschijnlijk speeldesarvastivada, een van devroege boeddhistische scholen, een belangrijke rol in het ontstaan van deze debattraditie.
Het vertrouwen in de kracht vanargumentatie ging bijNagarjuna zover dat dewaargenomen realiteit hieraan ondergeschikt werd geacht, zoals ook gold voor de GriekseEleaten. De nadruk op derede in het Indische debat lijkt dan ook alleen zijn evenknie te hebben in de Griekse traditie en de opvolgers daarvan. Mogelijk speelde daarbij een rol dat sarvastivada zich ontwikkelde inGandhara waar deIndo-Grieken heersten. Zo kwam het boeddhisme in contact met dehellenistische wereld, wat onder meer blijkt uitMilindapanha, een overgeleverde discussie tussen de boeddhistischeNagasena en koningMenander I. De Griekse invloed op het boeddhisme zou dan niet bestaan uit Griekse ideeën, maar uit de manier van debatteren. Dit lijkt ook te volgen uit de bekering van enkele Grieken tot het boeddhisme, waaronder Menander. Na het verdwijnen van de Grieken bleven de filosofische debatten onderdeel van de hofcultuur.[2]