| Colchiscultuur | ||||
|---|---|---|---|---|
bronzen helm (1000 v.Chr.) | ||||
| Regio | Colchis | |||
| Periode | latebronstijd tot vroegeijzertijd | |||
| Datering | 1600–800 v.Chr. | |||
| Voorgaande cultuur | Trialeticultuur | |||
| Volgende cultuur | Kobancultuur | |||
| ||||
DeColchiscultuur is een midden-bronstijd tot vroegeijzertijdcultuur (16e tot 7e eeuw v.Chr.) in het laagland vanColchis in het huidige West-Georgië en aan deZwarte Zeekust tot in het noordoosten van het huidigeTurkije. Ze is bekend door nederzettingen, graven endepotvondsten.
In de vroege fase van de cultuur (1600–1200 v.Chr.) strekte haar invloed tot oostelijk Georgië. In de latere fase (1200–800 v. Chr.) raakten de oostelijke delen,Imereti enRatsja, in de invloedssfeer van de Oost-Georgische ijzertijdcultuur.
Etnisch wordt de Colchiscultuur met de volken van de noordwestelijkeKaukasus in verband gebracht, zoals deAdygeeërs,Oebychen,Abazijnen enAbchaziërs. Ook verbanden met deHattiërs enKaskiërs inAnatolië zijn voorgesteld.
De nederzettingen lagen meestal op hoge plaatsen en (nederzettingsheuvels). Deze werden omgeven door met nabijgelegen rivieren verbonden diepe grachten. De huizen waren gebouwd van hout en deels uitvlechtwerk en leem. In Ratsja werden ook restanten van stenen huizen gevonden. De gebouwen bezatenzadeldaken.
Er werdtarwe,rogge,gerst engierst verbouwd. Druivenpitten tonen de aanwezigheid vanwijnbouw aan. Als huisdieren worden runderen, schapen, geiten en varkens door botvondsten aangetoond, afbeeldingen tonen ook de aanwezigheid vanhonden. Er wordt aangenomen dat de moerassige vlakte van deRioni middels een systeem vanontwateringskanalen voor landbouw geschikt gemaakt werd.
De textielproductie blijkt uit vondsten van stenen en aardewerkenspintollen en door overblijfselen vanwollen enlinnen doeken.
Hetaardewerk is meestal zwart gepolijst en met inkervingen versierd. Kenmerkend zijn hoornvormige handvatten. Ook dierfiguren zijn gevonden, hoofdzakelijk van huisdieren zoals runderen en schapen.
Er werdantimoonbrons zowel alstinbrons verwerkt. Kopermijnen van de Colchiscultuur werden bij Ghebi aan de bovenloop van de Rioni opgegraven.Slakken engietvormen zijn ook van nederzettingen in de laaglanden bekend (Anaklia,Nosiri). Centra van bronzen werken waren deTsjorochi-vallei enRatsja-Letsjchoemi. Ook aan deKvirila en bijSatsjchere waren mijnen. De tunnels werden gestut door stenen muren of rotspilaren. Ook houten stutten werden gevonden.
Uit brons werden bredehakken enwiggen vervaardigd. Kenmerkend zijn ook figuratief versierde bijlen met brede halfronde klingen en ovaal stafgat, die betrekkingen met de meer oostelijkeKobancultuur tonen. Ook vindt menspeerpunten met vergelijkbare figuratieve decoratie. Een deel van de bijlen zijn versierd met plastisch gegoten dierfiguren (roofkatten, wolven en ruiters). IJzer werd aanvankelijk voor ornamenten gebruikt.
De begraving van de doden vond op zeer verschillende wijzen plaats. Op de begraafplaats vanBrili werden langwerpige kuilen gevonden, met stenen platen omzoomde graven en crematieplaatsen. De doden werden meestal in gestrekte rugligging begraven, maar soms ook gehurkt (hurkgraf) met de armen over elkaar. Gecremeerde lichamen werden op de crematieplaats begraven.
UitAbchazië is de secundaire begrafenis in grote aardewerken vaten bekend. Waarschijnlijk werden de lichamen eerstgeëxcarneerd tot de weke delen vergaan of door dieren opgegeten waren.
In deArgonautica wordt gemeld dat de lichamen van mannen in de bomen gehangen werden. Zelfs de 18e-eeuwse geschiedschrijverVachoesjti Bagrationi vermeldde deze praktijk, die nog tot in de 19e eeuw toegepast werd bij mensen die door de bliksem gedood waren.