Cannewapibo | |
Land | Suriname |
Plaats | Commewijne |
Waterlichamen | Commewijne |
Beschreven op | www.surinameplantages.com |
Cannewapibo was eensuikerrietplantage inSuriname in het districtCommewijne. Het was een van de oudste plantages en kwam al voor op de kaart van deLabadisten uit 1686. De plantage lag tussenSiparipabo enOstage.
De plantage van 2000akkers werd waarschijnlijk aangelegd doorCornelis Snelleman. De plantage had in hetSranantongo dan ook de naam “Snijman”. Na zijn overlijden in 1692 kwam de plantage in het bezit van zijn erfgenamen. De volgende eigenaar waar meer over bekend is, wasWillem Charles Hendrik Reijnsdorp. Deze was al in het bezit van plantageReijnsfort aan deWarappakreek. Omdat deze een veel te hoge hypotheek op zijn plantages had afgesloten raakte hij in de financiële problemen en moest hij de plantage verkopen. In 1768 werd de plantage dan ook te koop aangeboden.
In 1793 wasUnico Wilkens, afkomstig uitBellingwolde de volgende eigenaar. Hij bezat reeds de plantagesOnverwagt inWanica,Scheveningen aan deWayamoekreek enWilkensrust aan deMotkreek. Het geld voor deze plantages had hij verdiend in zijn functie als de eerste exploiteur (deurwaarder) van Suriname. Na het overlijden van Unico in 1793 op de plantageWayamoe kwam Cannewapibo in bezit van zijn erfgenamen. Zijn zoon Unico Hendrik trouwde met Agatha Margaretha Berkhoff en kwam door dat huwelijk in bezit van plantageRijnberk. Hij werd ook eigenaar van de plantageLustrijk.
In 1823 was de familie eigenaar van zes plantages en werd de administratie over 22 andere plantages gevoerd, vaak voor de in Nederland wonende eigenaren van wie zij een percentage van de omzet ontvingen. In 1827 werd het bezit uitgebreid metIJvershoop, de buurplantage van Scheveningen. Het bedrijf werd geleid door de firma U. Wilkens & Co. te Amsterdam.
Bij deemancipatie in 1863 werd er nog steedssuiker geproduceerd. Er werden 244 slaven vrijgelaten. Waarschijnlijk werd de plantage spoedig daarna verlaten. De plantage werd in 1883 te koop aangeboden. Het was de laatste plantage die nog in het bezit van de familie was. De andere plantages waren al eerder verkocht en de slaven waren overgebracht naar Cannewapibo.
In 1902 werd er nogbalata gewonnen op de plantage.