DeBotokuden zijnZuid-AmerikaanseIndianen uit Oost-Brazilië, ook wel bekend als deAimorés, Aimborés ofKrenak-mensen. Enkelen noemen zichzelfNac-nanuk ofNac-poruk, watzonen van de aarde betekent. De laatste Aimoré groep die de eigen taal bewaard heeft is deKrenak. De andere volkeren onder de verzamelnaam Botokuden waren de Xokleng en de Xeta.[1]
Botoque is in hetPortugees eenallusie naar de schijfvormigesieraden oftembetás die in eenpiercing worden gedragen (zie ooklipschotel).
De Braziliaansechief die gepresenteerd werd aankoningHendrik VIII van Engeland in1532 droeg kleine botten die aan zijn wangen hingen en aan zijn onderste lip hing een kostbare steen ter grootte van een erwt. Dit waren de tekenen van grote moed.
Toen de Portugese avonturierVasco Fernandes Coutinho de oostkust van Brazilië bereikte in1535 richtte hij eenfort op aan de baai vanEspírito Santo om zichzelf te verdedigen tegen de Aimorés en andere stammen.
Hetterritorium van de Botokuden lag in Espírito Santo en het liep inlands door tot de Rio Grande (Belmonte) en Rio Doce aan de oostelijke hellingen van de Espinhaço bergen. De Botokuden werden door deEuropeanen naar het westen verdreven. In de18e eeuw kwam de stam in conflict met de Europeanen, die het voorzien hadden op dediamant-mijnen in het gebied.
Aan het eind van de19e eeuw waren er nog zo'n 13.000 tot 14.000 Botokuden in leven. In de oorlog van1790-1820 werd op alle manieren geprobeerd het volk te vernietigen. Met opzet werd hetpokken-virus verspreid en er werd giftig voedsel in de bossen achtergelaten.
Tegenwoordig zijn nog maar enkele stammen overgebleven. In2010 waren er nog 350 in leven zijdeKrenak in de staatMinas Gerais. Op 5 november2015 brak de Mariana dam, waardoor 60 miljoen kubieke meter mijnafval het rivierdal van deRio Doce instroomde, al het leven in de rivier dodend en de drinkwaterbronnen bedreigend van duizenden huishoudens. 3 jaar later, op 25 januari2019, kwam daar de ramp met deBrumadinho dam overheen, waardoor nog eens 12 miljoen kuub giftige modder terecht kwam in het stroomgebied van deParaopeba. Deze ecologische rampen troffen in het bijzonder de Krenak, die sindsdien strijden om het mijnbouwbedrijfVale, betrokken bij beide rampen, en het mijnbouwconsortium Samarco, een joint venture tussen Vale enBHP, verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van de rampen en het voorkomen van verdere milieuschade van de veelvoud aan mijnbedrijven in Minas Gerais.