Bootsmannetjes | |||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
Familie | |||||||||||||
Notonectidae | |||||||||||||
Afbeeldingen op![]() | |||||||||||||
Bootsmannetjes op![]() | |||||||||||||
|
Bootsmannetjes (Notonectidae),[1] ook welruggenzwemmers genoemd, is eenfamilie onder water levendeinsecten uit deonderorde van dewantsen. Er zijn meerdere soorten die sterk op elkaar lijken. Hetgewoon bootsmannetje (Notonecta glauca) is het meest algemeen. Hetbont bootsmannetje (N. maculata) komt op de tweede plaats.
Het bootsmannetje heeft een sterk gekield lichaam dat lijkt op een omgekeerde boot. Bootsmannetjes zijn bruin en hun rug is roze-achtig, zodat ze zowel van boven als van onder af bezien gecamoufleerd zijn. Ze zwemmen op de rug. Uiterlijk lijkt dit dier zowel op deduikerwantsen als dezwemwants (Ilyocoris cimicoides). Duikerwantsen zijn echter smaller en zwemwantsen juist breder. Het bootsmannetje wordt ongeveer 15 millimeter lang en komt in alle wateren voor: zowel in permanente waterpartijen als grote regenplassen. Vanwege de relatief krachtige monddelen kan het insect beter niet opgepakt worden, want ze kunnen gemeenbijten. Vansteken is geen sprake, omdat ze een scherpe zuigsnuit hebben en geenangel. Een jong bootsmannetje wordtnimf genoemd. Er is - zoals bij alle wantsen - geen wormachtiglarvestadium: de jonge wantsjes lijken meteen al op de ouderdieren, maar kunnen nog niet vliegen. Ze vervellen regelmatig en worden dan pervervelling steeds iets groter. Jongere dieren zijn eerst wit met opvallende rode ogen en krijgen later de volwassen kleuren.
Het bootsmannetje is zowel een goede zwemmer als een goede vlieger; op het land echter is het onhandig en maakt kleine sprongetjes om het water te bereiken. Zwemmen doet het bootsmannetje met de spatelvormige poten die een borstelige beharing hebben wat hun oppervlak groter maakt. Omdat er min of meer geroeid wordt verplaatst het bootsmannetje zich met schokkende bewegingen. Door de ruggelingse verplaatsing kunnen ze prooien goed waarnemen. Een bootsmannetje eet vooral prooien die zich op of tegen het wateroppervlak bevinden. Het is een roofdier dat alles pakt wat het kan overmeesteren: op het menu staanvisjes,kikkervisjes,insecten,wormen en ook soortgenoten. Het dier eet ook veel vissen- enamfibieënlarven. Vijanden zijnkikkers,padden, degrote oeverspin en sommige vissen zoals dezeelt.
Bootsmannetjes moeten ademhalen aan de oppervlakte wat ze doen door het achterlijf net iets boven water te steken en door de korteadembuis lucht aan te zuigen; ze hebben geenkieuwen. De lucht hecht zich aan de vele buikharen net zoals bij de meeste waterinsecten. Hierdoor krijgen ze een 'zilverkleurige' buik en zijn ze veel lichter dan water. Dit maakt dat ze direct naar de oppervlakte stijgen als ze niet zwemmen. Ze hebben kleine klauwen waarmee ze zich goed vast kunnen houden aan onderwaterobjecten zodat ze op de bodem kunnen schuilen bij gevaar.
Bootsmannetjes zijn voor de mens nuttig omdat ze grote hoeveelhedenmuggenlarven eten.
De volgende taxa worden bij de familie ingedeeld: