Boeotië (uitspraak:beuootsië ofbeeootsië; ook gespeldBeotië;Grieks: Βοιωτία,Oudgrieks:Boiotia, Nieuwgrieks:Viotia) is een gebied van ongeveer 2500km² in Midden-Griekenland dat is vernoemd naar de stam deBoeoten. Het is tevens een periferie-district(perifereiaki enotita) binnen de bestuurlijke regio (periferia)Centraal-Griekenland.
Het grenst in het westen aanPhocis, in het zuiden aan deKorinthische Golf, in het oosten aan hetCithaeron-gebergte en in het noorden aanLocris. De zee-engte vanEuboea vormde lang de natuurlijke oostgrens. Het gebied is in het noorden heuvelachtig en in het zuiden bergachtig, waaronder deParnassus, waarvan de hoogste top 2.457 meter hoog is en waarvan de twee hoogste toppen vaak met sneeuw bedekt zijn. Daartussen ligt een vlak laagland, overheerst door de vallei van de rivier deKifisos.
De oudste sporen van nederzettingen dateren uit de oude steentijd en zijn gevonden bij hetCopaïs-meer. De Boeotiërs hadden al vroeg betrekkingen metThessalië en hetMacedonische grensgebergte bijEpirus. De belangrijkste heiligdommen waren dat vanPoseidon inOnchestus en dat van de nationale godinAthene Itonia bijCoronea.
Boeotië speelde een belangrijke rol in verschillendemythen. In een bekende legende was Thebe met zijnCadmische bevolking een vesting en Orchomenus, waar deMinyërs woonden, een ondernemende handelsstad. De bloei van deze stad wordt bevestigd doorarcheologische opgravingen. De Boeotiërs lijken het land vanuit het noorden te zijn binnengegaan, mogelijk voor deDorische invasie. Uitgezonderd de Minyers gingen de plaatselijke volken al snel volledig in de immigranten op.
Kaart van Boeotië met alle belangrijkste steden op aangeduid.
De belangrijkste stad van Boeotië wasThebe, dat, centraal gelegen en militair sterk, een goede hoofdstad was. Andere belangrijke steden warenOrchomenus,Plataea enThespiae. De Thebanen probeerden continu de andere steden op te slokken en een gezamenlijke staat te vormen, precies zoalsAthene dat had gedaan met deAttische stadstaten. De steden verdedigden zich hier met succes tegen en stonden alleen een losse federatie toe die aanvankelijk slechts religieus van aard was.
In tegenstelling tot deArcadiërs verdedigden de Boeotiërs zich over het algemeen wel gezamenlijk tegen buitenlandse vijanden, maar de onderlinge strijd was wel slecht voor de ontwikkeling van het land. Tot de6e eeuw v.Chr. speelde Boeotië in de geschiedenis nauwelijks een rol.
Toen het land in480 v.Chr. in dePerzische oorlogen door dePerziërs werden binnengevallen hielp Thebe hen hierbij. Als straf hiervoor werd de stad het voorzitterschap van deBoeotische Bond ontnomen, maar na deSlag bij Tanagra in457 v.Chr. werd de stad door deSpartanen weer aan het hoofd gezet als bolwerk tegen de Atheense agressie. Athene nam wraak door Boeotië aan te vallen veroverde na deSlag bij Oenophyta het gehele land behalve Thebe. De tien jaar daarop bleef het land via nieuwedemocratieën onder Atheens gezag, maar in447 v.Chr. kwam het volk in opstand en na deSlag bij Coronea kregen de Boeotiërs hun onafhankelijkheid terug.
De Boeotische Bond bestond rond deze tijd uit elf groepen van zelfstandige steden die elk eenboeotarch of minister van oorlog en buitenlandse zaken kozen, zestig afgevaardigden naar de bondsraad in Thebe zonden en een contingent van 1000 voetsoldaten en 100 paarden aan het leger bijdroegen. Alle belangrijke besluiten moesten worden goedgekeurd door de individuele steden opdat de centrale overheid niets tegen hun wil in zou kunnen ondernemen.
Na de verwoesting van Thebe doorAlexander de Grote in335 v.Chr. was bij de Boeotiërs in politiek opzicht de puf eruit. Ze streefden nooit meer naar een onafhankelijk beleid en volgden voortaan de leiding van andere machten. Het werd voor hen steeds moeilijker de grenzen te verdedigen en het gebied was regelmatig een slagveld. Uitgezonderd de deelname aan deAetolische Bond (rond245 v.Chr.) sympathiseerde Boeotië in het algemeen metMacedonië en steunden hun koningen in de strijd tegen Rome.
Boeotië werd in deEerste Mithridatische oorlog grotendeels verwoest en sindsdien is het het land nooit meer echt goed gegaan.