Bleek schildzaad | |||||||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||
Soort | |||||||||||||||||||
Alyssum alyssoides (L.) L. (1759) | |||||||||||||||||||
Afbeeldingen op![]() | |||||||||||||||||||
Bleek schildzaad op![]() | |||||||||||||||||||
|
Bleek schildzaad (Alyssum alyssoides,synoniem:Alyssum campestre (L.) L. subsp.campestre) is eeneenjarige plant, die behoort tot dekruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De soort staat op deNederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen. De plant komt van nature voor inEurazië.Het aantalchromosomen is 2n = 32.[1]
De plant wordt 5-30 cm hoog en is aan de basis vertakt. De 0,5-3 cm langebladeren zijnlancetvormig en de onderste omgekeerd-eirond. De witachtige onderzijde van het blad is dicht bezet metsterharen en de bovenzijde is dun behaard.
Bleek schildzaad bloeit van april tot juni met lichtgele, bij het einde van de bloei wit verblekendebloemen. De kroonbladen zijn 2,5-4 mm lang. De zeer smallekelkbladeren zijn 2-3 mm lang. De bloem heeft zesmeeldraden en bij de twee korte meeldraden zitten klieren. De bloeiwijze is eentros met twintig tot vijftig bloemen.
De behaarde, 3-4,5 mm lange, op doorsnee bijna ronde vrucht is eenhauwtje met vier, afgeplatte, 2 mm lange en 1,5 mm bredezaden. De vrucht is aan de randen afgeplat en bol op de plaats van de zaden.
De plant komt voor op droge, kalkhoudendezandgrond, langs spoorwegen en op stenige plaatsen.
Bleek schildzaad is eenkensoort voor dekegelsilene-associatie (Sileno-Tortuletum ruraliformis), eenplantengemeenschap van droge graslanden op kalkrijke, matig voedselrijke duinen.