Baltistan (Balti: བལྟིསྟན (Tibetaans schrift) of بلتیول (Arabisch schrift),Baltiyul;Urdu: بلتستان,Baltistan) is een gebied in het uiterste noordoosten vanPakistan en noorden vanIndia. Het maakt tegenwoordig grotendeels deel uit van de Pakistaanseautonome regioGilgit-Baltistan, maar de oostelijkste delen staan onder Indiaas bestuur als onderdeel van deunieterritoriaJammu en Kasjmir enLadakh. Het gebied bestaat uit de vallei van deIndus, omsloten door deKarakoram in het noorden en hetPlateau van Deosai en deGrote Himalaya in het zuiden. Het is een extreem bergachtig gebied waar de hoogte vrijwel nergens onder de 3000 m ligt. Aan weerszijden van het Indusdal komen toppen boven de 8000 m voor.
De grootste plaatsen zijnSkardu (Pakistan),Khaplu (Pakistan) enKargil (India). Stroomafwaarts van Skardu, richting het noordwesten, grenst Baltistan aan het gebied rondomGilgit. In het zuidoosten van Baltistan ligt deLine of Control, debestandslijn tussen Pakistan en India. Verder stroomopwaarts ligt de overgang tussen Baltistan enLadakh.
Verkeer en handel tussen het Pakistaanse en Indiase deel, voor 1949 een van de belangrijkste bronnen van inkomsten, is door de militaire aanwezigheid aan weerszijden van de bestandslijn onmogelijk gemaakt.
Het Pakistaanse deel van Baltistan bestaat uit twee districten,Skardu enGhanche. Het Indiase deel behoort tot hetKargil District.
In het Pakistaanse deel van Baltistan wonen ongeveer 300.000 mensen; in het Indiase deel 120.000. De bewoners van Baltistan, deBalti's, zijn etnisch nauw verwant aanTibetanen enLadakhi's. Ook zijn ze verwant aan deMon,Dardische enIndo-Iraanse volkeren enArabieren. De meeste Balti's zijnmoslim. Ze zijn overwegend (ongeveer 95%) aanhangers van hetisma'ilisme, een stroming binnen hetshi'isme.
De taal van het gebied is hetBalti, eenWest-Tibetaans dialect dat normaal gesproken gebruikmaakt van hetTibetaans schrift, hoewel in Pakistan soms hetArabisch schrift gebruikt wordt.
De vroegste bewoners van het gebied waren waarschijnlijk nomadische veeboeren, afkomstig uit Centraal-Azië. Het gebied werd achtereenvolgens binnengetrokken door de Mon uit de Indiase vlakten in het zuiden en de Indo-Iraanse Darden uit het westen. De bewoners bekeerden zich onder invloed van Indiase monniken relatief vroeg tot hetboeddhisme. In de8e eeuw was Baltistan het strijdtoneel tussen de Tibetanen, Chinezen en Arabieren uit het tegenwoordige Pakistan. De ChineseTang-dynastie bezette het gebied kortstondig maar werd na een nederlaag tegen de Arabieren in 751 gedwongen zich terug te trekken. De Tibetaanse koning profiteerde door Baltistan in te lijven bij zijn rijk.
Van de 10e tot 19e eeuw bestond Baltistan uit een aantal kleine staatjes, bestuurd door een zogenaamderaja (prins). Op enkele korte onderbrekingen na wisten de lokale heersers in de praktijk vrijwel onafhankelijk te blijven. Het gebied werd in1405 veroverd doorSikandar Butshikan, desultan van Kasjmir, die de bewoners dwong zich tot deislam te bekeren. Hoewel de verovering niet blijvend was, bleef het gebied islamitisch, waarmee het zich in cultureel opzicht afscheidde van Ladakh. In 1637 lukte het de MogolkeizerAurangzeb in Baltistan een vazal op de troon te zetten, maar de opmars van de Mogols werd gestopt door de koning van Ladakh. De politieke invloed van hetMogolrijk bleef beperkt en verdween na de dood van Aurangzeb.
In 1834 werd Baltistan onderworpen doorZorawar Singh (1786-1841), een generaal in dienst vanGulab Singh, deDogra-heerser vanJammu. Gulab Singh was op zijn beurt een vazal van keizerRanjit Singh die heerste over hetSikhrijk. In 1846, aan het einde van deEerste Sikhoorlog, werd Jammu en Kasjmir (inclusief Baltistan) eenBritsprotectoraat.
Bij dedeling van Brits-Indië in 1947 ontstonden de nieuwe staten India en Pakistan. In een poging een eigen onafhankelijke staat te stichten steldeHari Singh, demaharadja van Kasjmir, zich neutraal op. Een groepparamilitaire strijders die de aansluiting met Pakistan zochten, deGilgit Scouts, kwamen daarop tegen de maharadja in opstand in Gilgit. De maharadja schakelde de hulp van India in, op voorwaarde dat Jammu en Kasjmir voortaan deel van India zou zijn. Dit was het begin van deEerste Kasjmiroorlog. In augustus 1948 lukte het de Pakistanen Skardu en Kargil te veroveren en verder op te rukken in de richting vanLeh, maar een Indiaas tegenoffensief drong ze weer terug tot de plek van de huidige bestandslijn. In december 1948 werd tot een wapenstilstand besloten, waarbij het grootste gedeelte van Baltistan onder Pakistaans gezag kwam te vallen.