Uit losse satellietopnamen, gemaakt tussen 1 oktober 1994 en 31 maart 1995, samengestelde afbeelding van de aarde, waarop kunstlicht een onderdeel van de menselijke invloed laat zien.
HetAntropoceen is een door sommigegeologen voorgestelde aanduiding voor het tijdperk waarin het Aardseklimaat en deatmosfeer de gevolgen ondervinden vanmenselijke activiteit. De term is niet algemeen aanvaard.[1]
De woordenAntropogeen en Antropoceen zijnneologismen die gevormd worden met hetOudgriekse woord anthropos (mens). Het achtervoegsel -ceen is naar analogie van andere tijdvakken zoals hetPleistoceen, terwijl het alternatieve achtervoegsel -geen afgeleid is van genese, wat staat voor wording, ontwikkeling of ontstaan. In deze vorm kan de term ook bijvoeglijk gebruikt worden bijvoorbeeld als "antropogene effecten".
De Italiaanse geoloogAntonio Stoppani erkende in het jaar 1873 de invloed van de mensheid op hetsysteem Aarde en verwees naar een "Anthropo-zoi(cum)" tijdperk. Het woord "Anthropo-gene" werd in 1919 voor het eerst door de Russische geoloogAlexei Pavlov gebruikt als aanduiding voor hetKwartair als tijdperk van hetgeslachtHomo. Pavlovs concept werd "Anthropo-cene" (1922) en werd door Russische geologen in de jaren zestig en tijdens de US-conferentie in het jaar 1965 voorgesteld aan de Amerikaansestratigrafiecommissie. De commissie besloot het jaar 1967 dat de naam "Holocene" vervangbaar zou zijn. Geruime tijd later gebruikte de Amerikaanse natuurwetenschapperAndrew Revkin voor de nieuwe "post-Holocene" periode de term "Anthro(po)cene" in het boekGlobal Warming (1992), terwijl zijn landgenoot de ecoloogEugene Stoermer informeel al in de jaren tachtig de naamAntropocene bedacht had, naar analogie met het geologische tijdvakHolocene (Holoceen). De atmosferisch chemicus en Nobelprijswinnaar Paul Crutzen en Eugene Stoermer publiceerden de term gemeenschappelijk (2000).
Door ontbossing, verbranding van fossiele brandstoffen en door grootschalige landbouw is de concentratie van enkele stoffen in de atmosfeer sterk veranderd, waaronder broeikasgassen. Dit leidt tot een versterking van hetbroeikaseffect, en daarmee tot deopwarming van de Aarde. Deze veranderingen hebben weer gevolgen zoals het afsmelten van grote ijsvlakken, destijging van de zeespiegel en toegenomen erosie.
Menselijk handelen heeft geleid tot het uitsterven van plant- en diersoorten, wellicht al vanaf het einde van hetPleistoceen. Toen verdween een groot deel van demegafauna. Mogelijkerwijs zal de mens verantwoordelijk zijn voor een nieuwemassa-extinctie. De oorzaken van het uitsterven van flora en fauna zijn divers. Sommige soorten zijn uitgestorven door de jacht. Ookfragmentatie van natuurgebieden,vervuiling van het milieu enklimaatverandering zijn factoren die het uitsterven van plant- en diersoorten drijven. Naast het uitsterven van soorten, wordt de verspreiding van bestaande soorten eveneens gewijzigd door menselijk handelen.
Door de opwarming van de Aarde worden oceanen warmer. Dit gebeurt langzamer dan de opwarming van de atmosfeer. Een andere antropogene verandering is deoceaanverzuring. DepH van de oceanen is tot nu toe met ongeveer 0,1 gedaald. De oceaanverzuring heeft biologische en fysische gevolgen. Organismes die eenexoskelet vankalk hebben worden gehinderd door een lager pH, en een deel van het carbonaat in de oceaanbodem zal oplossen om het zuur te neutraliseren.
Menselijke activiteiten hebben een groot effect operosie. Door onder meerontbossing, akker- en mijnbouw en bouwwerkzaamheden komen grote hoeveelheden gesteente enbodem bloot te liggen. Mogelijkerwijs is de totale erosie veroorzaakt door de mens eenorde van grootte groter dan de natuurlijke erosie. Dit heeft als gevolg dat er een duidelijk lithostratigrafisch signaal geproduceerd wordt. Uit ijsboormetingen ziet men een laag met een hoge concentratie chloor naar aanleiding van het testen van atoombommen, en een laag metkwik vanwege de verbranding van kolen.
Door menselijk handelen is ook afval zoals plastic in de geosfeer terecht gekomen. Sedimenten bevatten daardoor steeds meer plastic. Op Hawaï wordt het vervuilde strandzand door de hitte van lava omgevormd tot een nieuw gesteente:plastiglomeraat.
Wat de chronologische term Antropoceen of filosofische term antropoceen inhouden is verbonden met de start van het Antropoceen. Begint het Antropoceen bij atmosferische veranderingen, de veranderingen in het ecosysteem of in de combinatie van de beide?William Ruddiman laat het vroeg Antropoceen samenvallen met depre-industriële revolutie. Anderen menen dat het ontstaat met deindustriële acceleratieperiode na 1945 en defall-out van de eerste kernexplosie.Paul Crutzen stelt het begin van deindustriële revolutie voor. De uitvinding van destoommachine doorJames Watt in 1781 is echter geen klimatologische gebeurtenis en onhanteerbaar. Jan Zalasiewicz neemt daarom de eruptie van de vulkaanTambora in 1815 en zijn klimatologische ramp als startjaar. Een andere mogelijkheid is ten slotte een gebeurtenis in de toekomst te nemen. Een bekende Nederlandse criticus van de term Antropoceen is de geoloogSalomon Kroonenberg van de FaculteitAardwetenschappen van deUniversiteit Delft. Die wijst in de geschiedenis van de geologie op constante klimaatsveranderingen.
Wordt de atmosferische verandering als uitgangspunt genomen dan weet men dat het Antropoceen minimaal zo’n 3.000 tot 5.000 jaar gaat duren voordat het natuurlijk evenwicht zich heeft hervonden. Voor de invoering van een nieuw geologisch tijdvak is dat een zeer korte periode. Als het Antropoceen ooit in de geologische tijdschaal wordt opgenomen zal dat daarom wellicht niet als nieuwtijdvak, maar als eentijdsnede zijn, een onderverdeling van het Holoceen. Valt de keuze op tijdsnede dan wordt het achtervoegsel in het Engelssían en spreekt men vanAnthropo-sian oftewel het Antropocien. De karakterisering en onderverdeling van het Holoceen heeft plaatsgevonden op basis van neerslag en temperatuur.
Hoogleraren van deUniversiteit Wageningen blijken de voorkeur te geven om hetecosysteem als uitgangspunt voor het Antropoceen te nemen of de mens met oudere startdata. De oudste startdatum voor het Antropoceen ook wel het Vroeg Antropoceen genoemd, laat men beginnen 60.000 jaar geleden toen de mens vanuitAfrika begon uit te zwerven. Het Vroeg Antropoceen is een beginnende theorie die in eerste instantie is voorgesteld door de Amerikaanse paleoklimatoloogWilliam Ruddiman (2002). Hij poneerde de hypothese dat het Vroeg Antropoceen (Engels: Early Anthropocene) als nieuw geologisch tijdperk zijn start moet hebben toen zowel de atmosfeer als ook het natuurlijk ecosysteem gelijktijdig voor het eerst door menselijke activiteit werden beïnvloed. Hij dateerde het aanvangstijdstip rond 8.000 jaar geleden tijdens het eerste Neolithisch Temperatuur Optimum met de opkomst van de intensieve landbouw, ontbossing en veeteelt (koolstofdioxide en methaan): het begin van deNeolithische Revolutie. Waarbij het niet eenvoudig was om effecten van verstoringen in natuurlijke ecosystemen en van uitputting van minerale grondstoffen te onderscheiden van gevolgen van vroeg- of laat-menselijk gedrag.
Het Sustainoceen (Engels: Sustainocene) is een voorgestelde naam van het hypothetische tijdvlak waarin het Antropoceen overgaat. Het Sustainoceen zoals voorgesteld door de AustraliërBryan Furnass (2012) zou een lang tijdperk worden met het accent op menselijk rentmeesterschap. Hetpostulaat bestrijkt een periode van meer dan een miljard jaar en beschrijft de ethische en de sociale aspecten van het bestuurlijk systeem Aarde: voor ecologischeduurzaamheid, voor een gesloten economie van recyclebaregrondstoffen en voor het beheer vannatuurlijke hulpbronnen met behoud vanbiodiversiteit.
Law DomeijskernenAntarctica. Na 1800 wordt de CO2-concentratie verhoogd met een sterk toenemende tendens in de 20e eeuw.
Bijdrage opwarming Aarde
Beschrijving
%
Waterdamp
36-70
CO2
9-26
Methaan
4-9
Ozon
3-7
De maakbaarheid van het klimaat is door meerdere wetenschappers ontdekt. Als voorbeeld nemen we hier de versterking van hetbroeikaseffect. Rond de eeuwwisseling tussen de negentiende en twintigste eeuw steldeSvante Arrhenius voor dat mensen een significante invloed hadden op het klimaat door het broeikaseffect te versterken, wat er mogelijk toe zou leiden dat de volgende ijstijd kon worden uitgesteld. Dit idee werd verder uitgewerkt doorCallendar. In latere jaren bleek dat ook grote veranderingen in ijskappen en veranderingen in neerslagpatronen hieraan te wijten zijn.
Toelichting tabel: De bandbreedte van de verschillende concentraties in de tabel in procenten verklaart dat zowel regionaal als kortstondig variaties in de concentratie van deze stoffen kan optreden. Een tweede oorzaak is het gegeven dat de absorptiespectra van sommige broeikasgassen deels overlappen. Zo absorberen koolstofdioxide en waterdamp beiden straling met een golflengte rond de 2,5 µm. Als een van de twee gassen afwezig zou zijn, zou de straling alsnog (deels) worden geabsorbeerd. Hierdoor is het lastig een exact percentage te geven aan hoeveel elk broeikasgas bijdraagt.
Er is doorJan Zalasiewicz en zijn collega's van de internationale stratigrafiecommissie (ICS) van deGeological Society of London op 4 februari 2008 een voorstel gedaan inGSA-Today (Geological Society of America) om het Antropoceen geologisch te erkennen als het jongste tijdperk in plaats van het Holoceen. Sindsdien worden door verschillende werkgroepen stappen ondernomen om te bepalen of het Antropoceen als tijdperk formeel opgenomen kan worden in degeologische tijdschaal.
Er zijn ook argumenten tegen officiële erkenning. We weten nog niet hoe groot de invloed zal zijn en het is daarom nog te vroeg om nu al te spreken van het Antropoceen. Daarnaast is de periode dat de Aarde sterk beïnvloed wordt door mensen nog erg klein als je het opgeologische schaal bekijkt, en zou men wellicht eerder over een gebeurtenis dan een periode moeten spreken. Tot slot is de huidige periode nog niet terug te vinden in de meeste gesteentes, omdat deze er veel langer over doen om te vormen.
Een andere kritiek op het concept Antropoceen betreurt dat het nieuw geologisch tijdperk nu niet langer bepaald wordt door de cyclische, diepe tijd, en ingrijpende geologische verschuivingen, maar wel door een specifiek historisch kader van menselijke productie, gebaseerd op massale extractie van natuurlijke rijkdommen en exploitatie van zwakkere volkeren. In die zin zou het antropoceen een alles behalve ideologisch en politiek neutraal concept zijn, en eerder een rechtvaardiging vormen voor bestaande machtsverhoudingen.[4][5]
Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
(en) Waters, C., Zalasiewicz, J., (2014):A stratigraphical basis for the Anthropocene?, The Geological Society of London.
(en) Hansen, P., (2013):The Summits of Modern Man, bron: Great Soviet Encyclopedia (New York, 1973), vol. 2, 139—144; Pavlov's concept has been Anglicized as both “Anthropogene” and “Anthropocene.”
(en) Faunce, T.,(2012): 'Towards a global solar fuels project - Artificial photosynthesis and the transition from anthropocene to sustainocene', Procedia Engineering, vol. 49, no. 2012, pp. 348-356.
(en) Furnass, B., (2012): From Anthropocene to Sustainocene. Challenges and Opportunities. Public Lecture. Australian National University:[1] and What's on at ANU - Public Lecture From Anthropocene to Sustainocene - challenges and opportunities:[2]
(nl) Kroeze, C., (2010):Een toekomst vol verrassingen, Open Universiteit, Heerlen.
(en) Haeberli, W., (2008):Changing views of changing glaciers, University of Zurich.
(en) Zhamoida, A., (2004):Problems Related to the International (Standard) Stratigraphic Scale and Its Perfection, St. Petersburg.
(nl) Crutzen, Paul, (2003):Het Antropoceen, op de drempel naar de toekomst, in Cahiers bio-wetenschappen en maatschappij, 22, nr. 2, blz. 60-64, Den Haag.
(en) Crutzen, Paul, (2002):Geology of mankind, in Nature.
(en) Ruddiman, W., (2002): The Anthropogenic Greenhouse Era began thousands of years ago. Climatic Change 61 (3): p. 261–293, Kluwer Academic Publishers. Printed in the Netherlands.
(en) Oerlemans, J., (2000):Holocene glacier fluctuations: is the current rate of retreat exceptional. International Glaciological Society.
(nl) Leinders, J., (1997):Geologie rondom ijstijden, De dynamica van ijskappen, Open Universiteit, Heerlen,ISBN 90 358 1120 8.
(en) Revkin, A., (1992):Global Warming, Understanding the Forecast, American Museum of Natural History, New York, Abbeville Press, 180 p.
(nl) Reijnders, L., Kroeze, C., (1990):Het milieu, Denkbeelden voor de 21ste eeuw, blz. 285-305, Zeist.
(fr) Forel, F-A., (1895):Les variations périodiques des glaciers: Discours préliminaire. Sciences Physiques et Naturelles Genève.
(fr) Forel, F-A., (1881): Archives des Sciences Physiques et Naturelles Genève, Richter, E., (1883).
Bronnen
(en)Are we now living in the Anthropocene?, GSA TODAY, (4 februari 2008): Zalasiewicz, Jan, en Williams, Mark, Department of Geology,University of Leicester; Alan Smith, Department of Earth Sciences,University of Cambridge, UK; Tiffany L. Barry, Angela L. Coe, Department of Earth Sciences, TheOpen University, Walton Hall; Paul R. Bown, Department of Earth Sciences,University College London; Patrick Brenchley, Department of Earth Sciences,University of Liverpool.
(nl)Het Antropoceen, een nieuwe geologische tijdsperiode?Kennislink (23 december 2011): Adiël Klompmaker
↑Dit is echter niet altijd uitvoerbaar, zo is de basis van het Holoceen gedefinieerd op basis van een ijsboorkern van Groenlands ijs die nu in een Deens ijsarchief ligt.