Akelei-uil | |||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||||
akelei-uil (Lamprotes c-aureum) | |||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
Soort | |||||||||||||||
Lamprotes c-aureum (Knoch, 1781) | |||||||||||||||
![]() | |||||||||||||||
Museumexempplaar van de akelei-uil | |||||||||||||||
Afbeeldingen op![]() | |||||||||||||||
|
Deakelei-uil (Lamprotes c-aureum) is eennachtvlinder uit de familie van deuilen, de Noctuidae.
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 14 en 16millimeter. De vlinder heeft een donkerbruine grondkleur, met paarsachtige gloed. Op de voorvleugel bevindt zich een opvallende goudkleurige C, en aan de binnenrand en achterrand van de voorvleugel twee opvallende goudkleurige velden. De achtervleugel is grijswit.
De akelei-uil heeftpoelruit,akeleiruit enakelei alswaardplanten. Deeitjes worden in kleine groepjes op de onderkant van het blad van de waardplant afgezet. De soort overwintert alsrups, die van augustus tot het volgende jaar juni te vinden is. Deverpopping vindt plaats in een spinsel tussen bladeren van de waardplant, en heel soms op de bodem.
De soort komt lokaal voor verspreid van Zuid-Scandinavië tot aan het zuiden van deAlpen en vanWest-Europa tot in het westen vanSiberië. In de berggebieden van zuidelijk Europa wordt de soort tot op 1200 meter boven zeeniveau waargenomen.
De akelei-uil is inNederland enBelgië een zeer zeldzame soort. Uit deBiesbosch komen de meeste waarnemingen. De vlinder kent één generatie die vliegt vanjuni tot inseptember.