De NederlandseWet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), ook deWet Van Dam genoemd, is per 1 december 2011 ingegaan. De wet vergroot de rechten van consumenten ten aanzien van opzegging.
De termabonnement wordt in de wet niet genoemd, de gebruikte formulering is "overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, elektriciteit daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen". Bij sommige bepalingen wordt onderscheid gemaakt tussen "geregeld afleveren van dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften" (hieronder "blad(en)") en andere abonnementen. Voor hetopzeggen van een lidmaatschap gelden minder strenge eisen waar de voorwaarden aan moeten voldoen, een lid geniet dus minder bescherming dan een abonnee, ook al is in de praktijk een lidmaatschap soms vergelijkbaar met een abonnement.[1] De bepalingen gelden niet voorhuur,verzekering of financiële producten zoalsspaardeposito's (die soms ook stilzwijgend verlengd worden).
Artikel 236 van Boek 6 van hetBurgerlijk Wetboek bevat de zogenaamde "zwarte lijst" van bedingen inalgemene voorwaarden die als onredelijk bezwarend worden aangemerkt bij eenovereenkomst tussen een gebruiker (degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt: de aanbieder) en een wederpartij,natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (de abonnee). Het gaat onder meer om de volgende bedingen:
j. een beding dat, bij een ander abonnement dan op een blad, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur, dan wel tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;
o. een beding dat de bevoegdheid van de wederpartij om de overeenkomst, die mondeling, schriftelijk of langs elektronische weg tot stand is gekomen, op een overeenkomstige wijze op te zeggen, uitsluit of beperkt;
p. een beding dat bij een abonnement op een blad leidt tot een stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst met een duur die langer is dan drie maanden, dan wel tot een stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst met een duur van ten hoogste drie maanden zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de overeenkomst telkens tegen het einde van de duur van de verlenging of de vernieuwing op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;[2]
q. een beding dat bij een abonnement op een blad leidt tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand of, als het blad minder dan eenmaal per maand verschijnt, met een opzegtermijn van ten hoogste drie maanden;[3]
r. een beding dat de wederpartij verplicht de verklaring tot opzegging van een overeenkomst als bedoeld onder j of p respectievelijk q te laten plaatsvinden op een bepaald moment;
s. een beding dat in geval van een proefabonnement op een blad leidt tot voortzetting van de overeenkomst.
Artikel 237 bevat de zogenaamde "grijze lijst" van bedingen in de algemene voorwaarden geldend bij een overeenkomst als boven waarvan wordtvermoed dat ze onredelijk bezwarend zijn. Onderdeel k betreft een beding dat een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de wederpartij na een jaar de bevoegdheid heeft de overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand (was: een jaar).
Omdat het hier gaat om de "grijze lijst" en niet om de "zwarte lijst" kan zo'n beding wel toegepast worden als het niet onredelijk bezwarend is. Als bijvoorbeeld een tweejarig abonnement voor eenmobiele telefoon wordt aangeboden waarbij men een duur toestel cadeau krijgt of tegen een sterk gereduceerd tarief dan zal het normaal gesproken niet worden gekenmerkt als onredelijk bezwarend als men het niet per eerdere datum kan opzeggen.
Indien een aanbieder de consument vooruit laat betalen, zal deze de consument de te veel betaalde bedragen moeten terugstorten indien de consument van zijn recht gebruikmaakt de overeenkomst op te zeggen.
De wetswijziging voorziet niet expliciet in overgangsrecht. Artikel 191 van deOvergangswet nieuw Burgerlijk Wetboek bepaalt echter dat Afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 op algemene voorwaarden die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds door een partij in haar overeenkomsten worden gebruikt, van toepassing is nadat een jaar na dit tijdstip is verstreken.
Sommige abonnementen en verzekeringen zijn voor nieuwe klanten (waaronder ook klanten die opgezegd hebben) uit het assortiment verwijderd, maar kunnen voor bestaande abonnees/verzekerden nog wel steeds gecontinueerd worden. Voorbeelden zijn sommige abonnementen van NS. Voor opzeggingen geldt geen herroepingsrecht. Wijziging van een abonnement in één handeling geldt soms als opzegging van het ene abonnement en het aangaan van het andere. Een eventueel herroepingsrecht geldt ook dan niet voor de opzegging.