Auteursrechten: Nederland Snelkoppeling: COM:Netherlands | |
| Looptijd | |
|---|---|
| Standaard | Leven + 70 jaar |
| Onbekend | Gepubliceerd + 70 jaar |
| Audiovisueel | Leven + 70 naar |
| Overige | |
| Vrijheid van panorama | Ja |
| Termen lopen tot jaareinde | Ja |
| Common licentie tags | {{PD-old-auto}} {{PD-EU-no author disclosure}} {{FoP-Netherlands}} |
| Verdragen | |
| Bernse conventie | 1 november 1912 |
| Univ. Copyright Conventie | 22 juni 1967 |
| WTO lid | 1 januari 1995 |
| URAA restauratie datum* | 1 januari 1996 |
| WIPO verdrag | 14 maart 2010 |
| *Een werk is meestal beveiligd in de VS als het type werk daar copyright kan hebben, het na 31 december 1929 is gepubliceerd en beveiligd is in het land van afkomst op de URAA-datum. | |
Deze pagina geeft een overzicht vanregels rond het auteursrecht van het Koninkrijk der Nederlanden (waaronder ook deniet-Europese landen) die relevant zijn voor het uploaden van werken naar Wikimedia Commons.Houd er rekening mee dat elk werk dat afkomstig is uitNederland zich in het publieke domein moet bevinden of onder een gratis licentie beschikbaar moet zijn in zowel Nederland als de Verenigde Staten voordat het kan worden geüpload naar Wikimedia Commons. Raadpleeg bij twijfel over de auteursrechtelijke status van een werk uit Nederland de relevante wetten voor verduidelijking.
Nederland is sinds 1 november 1912 deelnemer van het Verdrag van Bern, sinds 1 januari 1995 van de Wereldhandelsorganisatie en sinds 14 maart 2010 van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO).[1]
In 2018 heeft deWIPO, een agentschap van de Verenigde Naties, deWet van 23 september 1912, bevattende nieuwe regelgeving voor auteursrecht als de belangrijkste auteurswet vastgesteld die door de wetgever van Nederland is uitgebracht.[1]WIPO bewaart de tekst van deze wet in hunWIPO Lex-database.[2]Degeldende Nederlandstalige wet is te vinden op de website van de rijksoverheid.
Officiële Nederlandse bronnen geven de tekst van de Auteurswet en de Wet naburige rechten ook in het Engels.[3][4][5]
Op grond van deWet van 23 september 1912, zoals gewijzigd tot en met 1 september 2017) geldt het volgende:
Voor de Tweede Wereldoorlog stondenAruba,Curaçao,Bonaire,Sint Eustatius,Sint Maarten enSaba administratief bekend als deNederlandse Antillen. Het auteursrecht lag daar toen vast in deauteursverordening 1913.In 1948 kregen de Nederlandse Antillen aanzienlijke autonomie en op 15 december 1954 werden ze een gelijkwaardige partner van Nederland in het Koninkrijk der Nederlanden. Op 1 januari 1986 scheidde Aruba zich af van de Nederlandse Antillen en werd het een land van hetKoninkrijk der Nederlanden.
In 2010 werden Bonaire, Sint Eustatius en Saba bijzondere gemeenten in Nederland. Curaçao en Sint Maarten werden, net als Aruba al in 1986, landen in het Koninkrijk der Nederlanden.In Artikel 39 van het Statuut van het Koninkrijk wordt aangegeven dat het copyright in de landen van het Koninkrijk zoveel mogelijk op een gelijke manier zal worden gereguleerd.
Zie ook:Commons:Unprotected works
Nederlandse wetten en rechterlijke uitspraken zijn volledig vrij van auteursrechten (Artikel 11 van de Auteurswet 1912).
Alle werken die door of namens de overheid aan het publiek zijn medegedeeld, mogen in Nederland in principe vrij worden verspreid (daaronder begrepen wijzigingen en afgeleiden) tenzij het auteursrecht uitdrukkelijk is voorbehouden, hetzij in algemene zin bij wet, besluit of verordening, of in een bepaald geval door een aankondiging op het werk zelf of bij de mededeling aan het publiek. Dit is geregeld in ([:Wikisource:Copyright Act (Netherlands)#Article_15b Artikel 15b van de Auteurswet 1912]).Ook entiteiten als de stichting Silicose Oud-mijnwerkers kunnen als bestuursorgaan worden aangemerkt (AbRS 30 november 1995, JB 1995/337) en hun publicaties zouden daarom niet automatisch auteursrechtelijk beschermd worden. Deze uitspraak bevat geen verwijzingen naar het auteursrecht van dergelijke organisaties. Het feit dat de stichting een overheidsorgaan zou zijn wordt bovendienbetwist door prof. mr. SE Zijlstra.
Zie ook:Commons:Auteursrechtentags
Zie ook:Commons:Currency/nl
Niet OK: Bankbiljetten in guldens zijn 70 jaar na de eerste publicatie auteursrechtelijk beschermd. Er is contact opgenomen met De Nederlandsche Bank en zij stellen dat de invoering van de euro daar niets aan verandert.
Question Munten in gulden zijn mogelijk OK om te reproduceren, aangezien ze onderworpen zijn aan artikel 15b van deAuteurswet. Door of namens de overheid uitgegeven werken mogen worden verveelvoudigd, tenzij het auteursrecht op het moment van publicatie uitdrukkelijk door de overheid is voorbehouden. Maar ook als er geen voorbehoud is gemaakt, heeft alleen de auteur het recht om die werken in een collectie te laten publiceren.[9]
Not OK Nationale zijden van euromunten zijn ook auteursrechtelijk beschermd.Hoewel artikel 15b Auteurswet op deze munten van toepassing is, is door de Nederlandse overheid een uitdrukkelijk voorbehoud van rechten gemaakt.
Zie ook:Commons:De minimis/nl
In de Nederlandse wet is een bepaling opgenomen die van toepassing is als het auteursrecht niet of nauwelijks in het geding is. Dit wordt aangeduid als dede minimis- of bagatel-beperking. Op grond hiervan is het toegestaan werken van anderen te verwerken in een eigen werk, maar alleen indien die verwerking ‘incidenteel’ en van ‘ondergeschikte betekenis’ is. Het begrip ‘incidentele verwerking’ betekent dat de verwerking min of meer toevallig plaatsvindt. Het begrip ‘ondergeschikte betekenis’ wil zeggen dat het gaat om een bescheiden onderdeel van het nieuwe werk.
Letterlijk luidtartikel 18a uit de auteurswet met de volgende uitzondering op het auteursrecht:Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de incidentele verwerking ervan als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een ander werk.
Zie ook:Commons:Freedom of panorama
OK voor gebouwen en de meeste 2D en 3D kunstwerken {{FoP-Nederland}}
Niet OK voor foto's, kaarten, toegepaste kunst, industrieel ontwerp en modellen
Artikel 18 van de Auteurswet bepaalt dat:[10]
Artikel 18 beperkt dit uitdrukkelijk tot "werken met betrekking tot architectuur", d.w.z. geografie, topografie en andere wetenschappen zijn niet opgenomen in artikel 18. Foto's zijn niet opgenomen in punt 6. Zij worden afzonderlijk vermeld in punt 9 en zijn derhalve niet opgenomen in de voorzijde van de verpakking. Ook afzonderlijk vermeld en daarom niet inbegrepen zijn kaarten, toegepaste kunst en industrieel ontwerp en modellen.
Onder openbare plaatsen in artikel 18 van de Auteurswet vallen niet alleen openluchtruimten zoals openbare wegen en pleinen, maar ook het interieur van openbare gebouwen. Wat een openbaar gebouw precies is, is niet gedefinieerd in de Nederlandse wet, maar er zijn enkele richtlijnen die kunnen worden ontleend aan de gepubliceerde literatuur en aan de parlementaire debatten over dit artikel toen het in 2004 in deze versie werd geïntroduceerd. Onder de criteria om te bepalen of het interieur van een gebouw een "openbare plaats" is in de zin van artikel 18, zei het parlement dat het gebouw vrij toegankelijk moet zijn voor het grote publiek en noemde vervolgens twee negatieve criteria: of er een toegangsprijs werd aangerekend, en of de toegang op privaatrechtelijke gronden kan worden geweigerd. (Er kunnen andere criteria bestaan; deze twee werden als voorbeelden genoemd.)[11]
Het parlement en de literatuur vermelden expliciet dat scholen, operagebouwen, entreehallen van bedrijven en museageen openbare plaatsen zijn in de zin van artikel 18, maar dat treinstations dat wel zijn.[12][13] Jurisprudentie in Nederland over 'vrijheid van panorama' is schaars. In één geval werd het interieur van deJohan Cruijff ArenA geacht geen openbare plaats te zijn.[14]In een tweede geval werd een foto van een gebouw in een privévakantieoord beschouwd als vallend onder artikel 18 omdat het gebouw vanaf de openbare grond zichtbaar was.[15]
Rekening houdend met deze richtlijnen en de weinige rechtszaken, interpreteren we “openbare plaats” in artikel 18 zodanig dat deze term zowel werken op openluchtwegen en pleinen omvat als werken die van daaruit zichtbaar zijn, zolang ze zich buiten bevinden.[16][17]Het omvat ook werken in het interieur van alleen die gebouwen die in de eerste plaats een transitdoel voor het grote publiek dienen: treinstations worden expliciet genoemd door de wetgevers, maar dit zou waarschijnlijk ook gelden voor luchthavens, onderdoorgangen en (overdekte) parkeerplaatsen.Artikel 18 lijkt ook van toepassing te zijn op winkelcentra.[18] Het geldt waarschijnlijk niet binnen de winkels in een winkelcentrum. Naar alle waarschijnlijkheid is het niet van toepassing op andere niet-privé-binnenruimtes, zoals hotels, cafés of winkels. Het is zeker niet van toepassing op de locaties die specifiek door de wetgevers zijn uitgesloten: scholen, opera's, entreehallen van bedrijven en musea.[13]
Artikel 18 is beperkt tot werken die oorspronkelijk zijn gemaakt om permanent in de openbare ruimte te worden tentoongesteld. In de literatuur wordt vermeld dat dit ook voor graffiti zou gelden, ook al worden deze normaal gesproken vrij snel verwijderd.[13] Dit komt overeen met de interpretatie van “permanent” in bijvoorbeeld Duitsland, zoalshier wordt uitgelegd; de "natuurlijke levensduur" van een graffito wordt geacht te eindigen met de verwijdering ervan. Bovendien moet de afbeelding het werk tonen zoals het in de openbare ruimte te zien is.Een foto waarop een sculptuur in zijn omgeving te zien is, is toegestaan. Het uitsnijden van de sculptuur en het gebruik van alleen de afbeelding van de sculptuur valt niet onder artikel 18.[18] De Nederlandse wetgever lijkt voorstander van een strikte interpretatie van deBerner driestappentest. Het Parlement vermeldde dat het maken en verkopen van een ansichtkaart van een close-upfoto van een auteursrechtelijk beschermd beeldhouwwerk (d.w.z. zonder de omgeving, zonder het beeld in context te tonen) niet was toegestaan.[12]
Afbeeldingen zonder bewijs van oorspronkelijk auteurschap kunnen worden gebruikt met een licentie voor het publieke domein.
Het meest voorkomende voorbeeld zijn foto's die bedoeld zijn voor gebruik in een paspoort of identiteitskaart. Deze zijn op een voorgeschreven manier gemaakt door een fotograaf of in een automatische fotomachine. Vanaf 1 oktober 2006 schrijven deRegeling eisen pasfoto's en dePaspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 precies deeisen voor deze foto's voor. De belangrijkste vereisten zijn:
Voor deze regelgeving waren er andere eisen aan ID-foto's. Vooral de foto moest in een 3/4-weergave worden gemaakt, met een van de oren zichtbaar, de foto moest zwart-wit zijn. Dit ishier beschreven.
Deze afbeeldingen vallen volgens wettelijke interpretaties, zoals1 of2 niet onder het auteursrecht.
Zie ook:Commons:Threshold of originality
Eenvoudige logo's kunnen in Nederland door de beugel, maar niet alle logo's zijn eenvoudig. Of iets in Nederland boven de drempel van originaliteit ligt, wordt gedefinieerd in het arrest “Van Dale/Romme” van de Hoge Raad. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat:[19]
Dit is nader gespecificeerd in het arrest van de Hoge Raad ''Endstra-tapes':[20]
Later bepaalde de Hoge Raad in het arrest Stokke v. Fikszo dat:[21]
Zie ook:Commons:Stamps
Zienl:Wikipedia:Beleid voor gebruik van media/Postzegels.
Vóór 1 januari 1989 beschouwde het overheidsbedrijf PTT Nederlandse postzegels als gemaakt door het PTT-bedrijf en als zodanig als hun auteur. In Nederland vervalt het auteursrecht 70 jaar na het overlijden van de auteur. Bij postzegels die vóór 1989 zijn uitgegeven, vervalt het auteursrecht 70 jaar na publicatie.
Vanaf 1 januari 1989 werd de PTT de besloten vennootschap TNT Post. De regels zijn soms anders dan in de periode voor 01-01-1989; bijvoorbeeld wanneer er meer dan één auteur van een postzegel is.
Vanaf 2025 worden Nederlandse postzegels gemaakt in de periode 1852–1954 beschouwd als behorend tot het Publieke Domein.